Home Veelgestelde vragen Nieuwe wet continuïteit van de ondernemingen
Nieuwe wet continuïteit van de ondernemingen PDF Afdrukken E-mail
Inhoudsopgave
Nieuwe wet continuïteit van de ondernemingen
Gerechtelijke reorganisatie
Alle Pagina's

Inleiding

Geen tweeledige keuze meer

Concreet heeft de nieuwe  wetgeving tot doel de continuïteit van de ondernemingen te waarborgen, of op zijn minst van hun rendabele activiteiten. De wetgever wil via deze nieuwe wetten de ondernemers diverse efficiënte ‘tools’ aanreiken om hun problemen aan te pakken. Twee wetswijzigingen zijn hiervoor doorgevoerd:

  • De wet van 26 januari 2009 houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de continuïteit der ondernemingen (B.S. 9 februari 2009) en;
  • De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (B.S. 9 februari 2009).

Daarbij zal de onderneming niet meer voor de tweeledige keuze tussen gerechtelijk akkoord en faillissement staan, maar zal ze in de toekomst over meerdere mogelijkheden beschikken, gaande van zeer vrije oplossingen, zoals het minnelijk akkoord (eventueel gezocht en afgesloten met behulp van een ondernemingsbemiddelaar), tot systemen die van meer dwingende aard zijn.

Afvoering van gerechtelijk akkoord

Hierbij valt onmiddellijk op dat de nieuwe wetgeving het gerechtelijk akkoord volledig afvoert. Bedrijven zagen het gerechtelijk akkoord immers als een soort “palliatieve zorg”-procedure die het faillissement voorafgaat. Met het aanvragen van het gerechtelijk akkoord erkenden ze openlijk hun problemen, hetgeen een negatieve invloed had op hun imago en dus op de houding van hun leveranciers en klanten. Voor veel bedrijven was het gerechtelijk akkoord enkel een overgangsperiode om uiteindelijk toch failliet verklaard te worden.

Nieuwe mogelijkheden

De nieuwe wetgeving voorziet dan ook in andere hulpmiddelen. Zo doen ondernemingsbemiddelaars hun intrede en wordt het buitengerechtelijk minnelijk akkoord aangemoedigd. Een gerechtelijke procedure blijft uiteraard tot de mogelijkheden behoren, maar men zal vanaf de inwerkingtreding van deze nieuwe wetten spreken van ‘gerechtelijke reorganisaties’.

De rechtbank van koophandel zal deze gerechtelijke organisaties om drie redenen kunnen toestaan: om een minnelijk akkoord met de schuldeisers te bereiken, om een reorganisatieplan op te stellen, of om een gerechtelijke overdracht aan derden door te voeren.

Ondernemingsbemiddelaars en minnelijke akkoorden

De ondernemingsbemiddelaar

Het staat ondernemingen die hun activiteiten willen reorganiseren vrij om de hulp in te roepen van een ondernemingsbemiddelaar. Ook schuldeisers van ondernemingen naar welke een handelsonderzoek loopt, kunnen een bemiddelaar inschakelen. De bemiddelaar fungeert als tussenpersoon tussen de schuldeisers en de schuldenaar, die op deze manier aangezet wordt om na te denken over zijn ondernemingsstrategie. Mogelijke reorganisaties van onderneming in moeilijkheden kunnen op deze manier vergemakkelijkt worden.

De aanduiding van een ondernemingsbemiddelaar zal zeer eenvoudig zijn. Vormvereisten zijn er niet en een verzoek kan zelfs mondeling aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel of de kamer voor handelsonderzoek worden gericht. Er zijn evenmin eisen voor de persoon van de bemiddelaar zelf. Iedereen kan die taak op zich nemen. Indien de voorzitter van de rechtbank of de kamer voor handelsonderzoek het verzoek inwilligt, bepaalt hij de inhoud en de duur van de bemiddelingsopdracht binnen de grenzen van het verzoek van de schuldenaar.

De gerechtsmandataris

Elke belanghebbende kan een verzoek richten aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel tot aanstelling van een (of meerdere) gerechtsmandataris(sen). Deze gerechtsmandataris kan aangesteld worden wanneer fouten van de schuldenaar de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen. De procedure zal daarbij lopen volgens de vormen van het kortgeding.

De voorzitter van de rechtbank zal de opdrachten van de mandataris nauwkeurig dienen te omschrijven. Hiervoor is het de bedoeling dat hij in staat is de aanklachten te onderzoeken en zo nodig de nodige maatregelen te treffen teneinde het voortbestaan van de onderneming te waarborgen. Het is hierbij van belang om te weten dat het beheer van de onderneming ondertussen in handen blijft van de onderneming in moeilijkheden.

Het minnelijk akkoord

Het minnelijk akkoord houdt in dat de onderneming, buiten elke gerechtelijke procedure om, met twee of meerdere van haar schuldeisers een akkoord kan sluiten zonder dat de andere schuldeisers daarbij betrokken worden.

De voordelen zijn duidelijk: het wordt doorgaans uitgewerkt in alle discretie, buiten elke gerechtelijke procedure om. In sommige gevallen zou de weerklank in de media het krediet van de onderneming eerder kunnen schaden dan bij te dragen tot het herstel van de onderneming. Een ondernemingsbemiddelaar zou bij het sluiten van een minnelijk akkoord bovendien kunnen helpen om de schuldeisers mee op de kar te krijgen. Het minnelijk akkoord laat immers toe om tot een onderhandelde overeenkomst te komen; een situatie  die over het algemeen te prefereren valt boven voldongen feiten en akkoorden welke te nemen of te laten zijn. Indien vrijwillig ingestemd kan wordt met kortingen of een spreiding van de schuldvorderingen, heeft enerzijds de schuldenaar in moeilijkheden er baat bij om een minnelijk akkoord aan te vragen. Anderzijds hebben ook de schuldeisers belang met een minnelijk akkoord waar ze inspraak in hadden en hen een realistische oplossing garandeert.

De contracterende partijen kunnen daarbij dus zelf vrij de inhoud van het akkoord bepalen. Doordat het akkoord geheim blijft voor derden is het uiteraard niet tegenstelbaar aan derden. Dit betekent concreet dat derden er dus niet door gebonden zijn. Indien het akkoord uitdrukkelijk gesloten is om de onderneming te reorganiseren of haar financieel gezond te maken, en dit ook expliciet vermeld wordt, blijven de tijdens het akkoord gedane betalingen echter wel tegenwerpelijk indien dit herstel uitblijft en de onderneming failliet verklaard wordt. Dit is nu niet het geval. Een geldig minnelijk akkoord moet momenteel nog altijd verplicht met alle schuldeisers worden afgesloten.

Dit akkoord moet dan wel op de griffie van de rechtbank van koophandel zijn neergelegd, waar het evenwel geheim blijft voor derden. Deze kunnen slechts kennis nemen van het akkoord en kennis krijgen van de neerlegging mits uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar.

Indien een minnelijk akkoord onmogelijk blijkt zonder gerechtelijke begeleiding, zal de schuldenaar een beroep kunnen op een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie die het bereiken van een dergelijk minnelijk akkoord tot doel heeft. Deze procedure is gelijkaardig aan het binnenkort afgeschafte gerechtelijk akkoord, maar is minder formalistisch.