|
De leidende index voor Euronext Brussel. De twintig belangrijkste Belgische beursgenoteerde bedrijven maken deel uit van de Bel 20. Deze index wordt elk jaar aangepast op 1 maart. Het voornaamste criteria om te bepalen welke aandelen uitmaken van de index betreft de marktkapitalisatie. Traditioneel hebben bankaandelen (Fortis, Dexia en KBC) een groot gewicht binnen de Bel 20. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Bel 20 zware klappen heeft gekregen sinds het uitbreken van de kredietcrisis. |
|
De stier staat symbool voor een opgaande markt (aangezien een stier opwaartse bewegingen maakt met zijn horens). Een bullmarkt is dan ook een markt waarvan de koersen stijgend zijn en de verwachtingen grotendeels optimistisch gesteld zijn. Het tegengestelde van een bullmarkt is een bearmarkt. |
|
De beer staat symbool voor een neergaande markt (aangezien een beer neerwaartse bewegingen met zijn klauwen maakt). Een bearmarkt is dan ook een markt waarvan de koersen dalend zijn en de verwachtingen grotendeels pessimistisch gesteld zijn. Het tegengestelde van een bearmarkt is een bullmarkt. |
|
De beoordeling van de kredietwaardigheid van individuen, instellingen en zelfs landen. Deze beoordeling drukt het risico op wanbetaling van leningen uit en bepaalt op deze manier de prijs om leningen uit te gaan. Ondernemingen waarvan de kans om overkop te gaan als erg klein wordt ingeschat, ontvangen een betere rating en kunnen zich daarom goedkoper financieren dan meer risicovolle instellingen. De laatste decennia worden kredietratings in toenemende mate toegekend door gespecialiseerde instellingen, de zogenaamde ratingbureaus. |
|
Een aanhoudende, met name zware recessie wordt een depressie genoemd. Dit gaat over het algemeen gepaard met dalende prijzen en grootschalige werkloosheid. Depressies zijn weinig voorkomend. Zo volgde de laatste depressie na de beurscrash van 1929. Doordat de huidige situatie bepaalde gelijkenissen vertoond met deze periode vrezen sommigen voor een nakende depressie. |
|
Notionele intreststaftrek |
|
|
|
|
Onder het systeem van notionele intrestaftrek kunnen ondernemingen een fictieve rente aftrekken van de winst. Deze intrest wordt berekend op het netto-actief; het totale actief min de schulden. |
|
Instellingen die beleggen en dit in tegenstelling tot particulieren. Institutionele beleggers zijn bijvoorbeeld banken, pensioenfondsen, verzekeraars of gespecialiseerde instellingen. |
|
Een veel gehanteerde maatstaf om de liquiditeitspositie van ondernemingen te quoteren. Ze geeft de verhouding weer tussen de op korte termijn beschikbare bezittingen en de korte termijnschulden van ondernemingen. Indien deze ratio meer dan één bedraagt, wordt de onderneming “liquide” geacht. |
|
Mark to market accounting |
|
|
|
|
Zie fair value accounting. |
|
|
|
|
Pagina 1 van 7 |